TL;DR — Wijnkaarten en proefnotities staan vol jargon. Dit wijnwoordenboek vertaalt meer dan 35 wijntermen naar gewone taal — van kurkdroog tot terroir, van tannine tot pét-nat. Geen stoffige encyclopedie, maar een praktische vertaalgids die je naast je glas legt. Bookmark deze pagina en je hebt altijd een vertaler bij de hand.
Je leest "kurkdroog met een minerale afdronk" op een wijnkaart en denkt: waar hebben ze het over? Je bent niet de enige. De wijnwereld heeft een eigen taal die vaak meer als drempel dan als uitnodiging werkt. Jammer, want je hebt geen diploma nodig om van wijn te genieten, alleen wat nieuwsgierigheid en een paar woorden die je de weg wijzen.
Daarom heb ik dit wijnwoordenboek samengesteld: de wijn termen die je het vaakst tegenkomt, uitgelegd in mensentaal met een concreet voorbeeld. Ik groepeerde ze per fase van de wijnbeleving, zodat je snel vindt wat je zoekt. Leg deze pagina gerust naast je volgende fles.
Geschreven door Tom Beirnaert, wijn-expert & oprichter van The Wine Box.
In dit woordenboek
- Smaak & textuur
- Productie & herkomst
- Proeven & serveren
- Wijntypes & stijlen
- De vijf meestgemaakte misverstanden
- Veelgestelde vragen over wijnwoorden
Smaak & textuur
Deze termen beschrijven wat er gebeurt zodra de wijn je mond raakt: het gewicht, de structuur, de smaak die achterblijft. Het zijn de woorden die je nodig hebt om je eigen voorkeur onder woorden te brengen.
Afdronk (ook: finish) – De smaak die achterblijft nadat je de wijn hebt doorgeslikt. Hoe langer de afdronk, hoe complexer en doorgaans hoe beter de wijn. Bij een eenvoudige fles is de smaak na enkele seconden verdwenen; bij een mooie Barolo of Bourgogne blijft hij dertig seconden of langer hangen.
Body (uitspraak: BOD-die) – Het gewicht en de volheid van de wijn op je tong. Vergelijk het met melk: een lichte body voelt als magere melk (denk aan een jonge Pinot Grigio), een medium body als halfvolle melk, en een volle body als volle melk of zelfs room (zoals een houtgerijpte Chardonnay). Body hangt vooral samen met het alcoholpercentage.
Droog / halfdroog / zoet – Deze woorden zeggen iets over de hoeveelheid suiker die in de wijn achterblijft na de gisting. Bij een droge wijn is vrijwel alle druivensuiker omgezet in alcohol. "Droog" betekent dus niet "zonder smaak", maar "zonder zoet". Halfdroog houdt een subtiel zoetje, en zoete wijnen zoals Sauternes zijn rijk en stroperig. Meer hierover lees je in mijn gids over soorten witte wijn van droog tot zoet.
Fruitig – De aanwezigheid van fruittonen in geur en smaak. Let op: fruitig betekent niet zoet. Een kurkdroge Sauvignon Blanc kan intens naar passievrucht ruiken, maar in de mond proef je geen greintje suiker. Je neus registreert het fruit, je tong de droogheid.
Kurkdroog – Een wijn die nagenoeg geen restsuiker bevat, nog droger dan "gewoon" droog. Waar een droge wijn nog een klein beetje suiker mag hebben (en dus iets ronder smaakt), is een kurkdroge wijn beendroog: strak, fris en messcherp gefocust op zuren en mineraliteit. Denk aan een knisperende Muscadet uit de Loire of een strakke Chablis. En nee – kurkdroog heeft niets te maken met een wijn die "naar kurk" smaakt. Dat is een fout, kurkdroog is een stijl. Verderop leg ik dat verschil uit.
Mineraal – Geur- en smaakassociaties die doen denken aan steen, vuursteen of zeezout. Een eerlijk gezegd controversieel begrip: wetenschappers discussiëren nog of mineralen echt uit de bodem in de druif komen. Maar bij een Sancerre op silexbodem proef je wel degelijk een zilte grip, als een net afgestreken lucifer.
Tannine (uitspraak: tah-NIE-ne) – Natuurlijke stoffen uit druivenschillen, pitten en eikenhout die een samentrekkend, stroef gevoel geven op je tandvlees en wangen. Het beste voorbeeld is thee die te lang heeft getrokken. Je vindt veel tannine in jonge, houtgerijpte rode wijnen zoals Cabernet Sauvignon of Nebbiolo.
Zuurgraad / frisheid – De zuren die een wijn levendig en verfrissend maken. Zuur klinkt negatief, maar in wijn is het juist goed: zonder zuurgraad smaakt een wijn log en saai. Het is de zuurgraad die je mond doet watertanden, zeker bij een goede Riesling.
Productie & herkomst
Wat er in de wijngaard en de kelder gebeurt, bepaalt hoe je wijn uiteindelijk smaakt. Dit zijn de termen die je op etiketten en in producentenverhalen tegenkomt.
AOC / AOP / DOC / DOCG (uitspraak: aa-oo-SEE / aa-oo-PEE / dee-oo-SEE / dee-oo-see-JEE) – Europese herkomstbenamingen die garanderen dat een wijn uit een afgebakend gebied komt en aan strikte regels voldoet. AOC en AOP zijn de Franse varianten, DOC en DOCG de Italiaanse. Hoe je zo'n vermelding herkent op het etiket lees je in mijn gids over hoe je een wijnetiket leest.
Assemblage (ook: blend, uitspraak: ah-sahm-BLAA-zje) – Het samenvoegen van verschillende druivenrassen of wijnen tot één harmonieus geheel, het tegenovergestelde van een wijn van één druif. In Bordeaux vullen de structuur van Cabernet Sauvignon en het rijpe fruit van Merlot elkaar perfect aan.
Barrique (uitspraak: bah-RIEK) – Een eikenhouten vat van 225 liter waarin wijn rijpt. Het hout maakt de tannines zachter en geeft de wijn smaken van vanille, karamel en toast. Hoe meer nieuw eikenhout, hoe sterker dat effect.
Biodynamisch – Een vorm van wijnbouw die de wijngaard als één levend organisme behandelt, zonder synthetische bestrijdingsmiddelen en vaak afgestemd op de maankalender. Het verschil met biologisch en natuurwijn leg ik uit in mijn artikel over biologisch, biodynamisch en natuurwijn.
Cuvée (uitspraak: ku-VEE) – Een woord dat verwarring zaait omdat het meerdere dingen betekent. Bij een stille wijn duidt het meestal op een speciale selectie van de wijnmaker. In de Champagne verwijst cuvée naar het beste, zachtst geperste sap van de eerste persing. Geen beschermde term, maar wel vaak een teken van extra zorg.
Grand Cru / Premier Cru (uitspraak: grahn KRUU / pruh-mjee KRUU) – De hoogste kwaliteitsniveaus in de Franse wijngaardclassificatie, waarbij Grand Cru de absolute top is. In de Bourgogne zijn deze titels gekoppeld aan een specifiek wijngaardperceel met een uitzonderlijk microklimaat en bodem.
Maceratie (uitspraak: maa-see-RAA-tsie) – Het laten weken van het druivensap op de schillen, pitten en soms steeltjes. Dit haalt kleur, tannine en aroma uit de schil. Hoe langer de maceratie, hoe meer kleur en structuur de wijn krijgt.
Méthode traditionnelle (ook: champenoise, uitspraak: mee-TOD traa-die-sjon-NEL) – De klassieke methode voor mousserende wijn, waarbij de bubbels ontstaan door een tweede gisting in de fles. Dit is de methode achter Champagne, Cava en Crémant. Meer over de bakermat van deze methode lees je in mijn gids over de Champagnestreek.
Négociant (uitspraak: nee-go-SJANH) – Een wijnhandelaar die druiven of jonge wijn opkoopt bij anderen om die zelf verder te maken en onder eigen naam te verkopen. Het tegenovergestelde van een domaine, dat alleen zijn eigen druiven gebruikt.
Sulfiet – Een stof (zwaveldioxide) die als bewaarmiddel wordt toegevoegd om wijn stabiel en houdbaar te houden. Sulfieten ontstaan deels vanzelf bij de gisting, en vrijwel alle wijnmakers voegen er een kleine hoeveelheid aan toe. Of je je er zorgen over moet maken, behandel ik volledig in mijn post over sulfieten in wijn.
Terroir (uitspraak: tèr-WAAR) – Misschien wel het belangrijkste woord in de wijnwereld, en zeker het meest misbegrepen. Terroir is niet "gewoon de grond". Het is het samenspel van bodem, klimaat, ligging én de hand van de wijnmaker. Het verklaart waarom dezelfde druif, identiek gemaakt, twee kilometer verderop een totaal andere wijn oplevert. Terroir is de vingerafdruk van een plek, en daarom is goede wijn nooit perfect na te maken elders.
Vintage (ook: millésime, uitspraak: VIN-tidge / mie-lee-ZIEM) – Het oogstjaar van de druiven. Het weer van dat jaar bepaalt het karakter: een koel jaar geeft frissere, slankere wijnen, een warm jaar rijkere en alcoholrijkere. Verschillende jaargangen van hetzelfde domein naast elkaar proeven heet een verticale proeverij.
Vinificatie (uitspraak: vie-nie-fie-KAA-tsie) – Het hele proces van druif naar gebottelde wijn: persen, gisten, klaren en eventueel rijpen op hout. Kortom, wijnbereiding in één woord.
Proeven & serveren
Hoe je een wijn serveert en analyseert bepaalt of je het beste uit de fles haalt. Deze woorden hoor je vaak rond de proeftafel.
Aëren (ook: beluchten, uitspraak: aa-RE-ren) – De wijn bewust in contact brengen met zuurstof om de aroma's te wekken en harde tannines te verzachten. Een jonge, gesloten wijn opent zich vaak prachtig na wat lucht. Hoe je proeftechniek aanscherpt lees je in mijn gids over wijn proeven en je smaak ontwikkelen.
Decanteren (uitspraak: dee-kahn-TEE-ren) – Een oude wijn voorzichtig overschenken in een karaf om het bezinksel (depot) achter te laten in de fles. Niet te verwarren met karafferen, dat vooral om beluchten draait. Het volledige stappenplan en het verschil tussen beide vind je in mijn artikel over wijn decanteren.
Legs (ook: traantjes of bogen) – De druppels die langzaam langs de binnenkant van je glas naar beneden glijden na het walsen. Een hardnekkige fabel zegt dat ze de kwaliteit verraden, maar ze vertellen je alleen iets over het alcohol- en suikergehalte. Mooie traantjes betekenen dus niet automatisch een mooie wijn.
Neus / bouquet (uitspraak: boo-KEE) – De verzamelnaam voor alles wat je ruikt. We maken onderscheid tussen de "neus" van een jonge wijn (fris fruit, bloemen) en het complexere "bouquet" van een gerijpte wijn (cederhout, tabak, leer).
Primaire / secundaire / tertiære aroma's – De drie soorten geuren in wijn, naar oorsprong. Primair komt van de druif zelf (vers fruit, bloemen). Secundair ontstaat bij bereiding en houtrijping (vanille, boter, brioche). Tertiær ontwikkelt zich na jaren op fles (paddenstoel, bosgrond, truffel).
Swirl (ook: walsen) – Het ronddraaien van de wijn in je glas. Daardoor komt de wijn meer in contact met lucht en ontsnappen de aroma's, zodat je ze intenser ruikt. Tip: houd de voet van het glas op tafel en maak rustige cirkels – dat morst minder.
Tom's tip: Als ik één wijnwoord mag kiezen dat je vandaag nog onthoudt, dan is het afdronk. De afdronk vertelt je bijna alles over de kwaliteit van een wijn. Hoe langer de smaak blijft hangen na het doorslikken, hoe beter. Tel gerust de seconden: onder de 5 is kort, boven de 15 is al uitzonderlijk.
Wijntypes & stijlen
Van bubbels tot oranje wijn: deze termen helpen je de juiste stijl te kiezen op de kaart of in de winkel.
Blanc de Blancs / Blanc de Noirs (uitspraak: blahn de BLAHN / blahn de NWAAR) – Bij bubbels duidt Blanc de Blancs op witte wijn van uitsluitend witte druiven (vaak 100% Chardonnay): strak en elegant. Blanc de Noirs is witte wijn geperst uit blauwe druiven: voller en krachtiger, maar nog steeds wit van kleur.
Brut / Extra Brut / Brut Nature (uitspraak: BRUUT / EK-straa BRUUT / BRUUT nah-TUUR) – De droogheid van mousserende wijn, aangegeven via het suikergehalte. Brut is droog met een klein beetje suiker, Extra Brut nog droger, en Brut Nature (ook dosage zéro) is compromisloos droog zonder toegevoegde suiker.
Crémant (uitspraak: kree-MAHN) – Een Franse mousserende wijn gemaakt volgens dezelfde methode als Champagne, maar buiten de Champagnestreek. Denk aan Crémant de Bourgogne of de Loire: vaak een uitstekend en betaalbaar alternatief voor Champagne.
Magnum – Een fles van 1,5 liter, gelijk aan twee gewone flessen. Wijn rijpt trager en mooier op magnum, wat dit het favoriete formaat van veel wijnmakers maakt voor bewaarwijnen. Alle flesformaten op een rij vind je in mijn gids over hoeveel glazen er in een fles wijn zitten.
Natuurwijn – Wijn gemaakt met zo min mogelijk ingrepen: biologisch of biodynamisch geteelde druiven, niets toegevoegd, niets weggehaald, en weinig tot geen sulfiet. Het resultaat is levendig, soms troebel en eigenzinnig. Alles erover lees je in mijn gids wat is natuurwijn.
Pétillant naturel (ook: pét-nat, uitspraak: pee-tie-YAHN nah-tu-REL) – Een oeroude bubbelstijl waarbij de wijn al gistend wordt gebotteld, zodat het koolzuur in de fles gevangen blijft. Pét-nats zijn speels, fruitig en vaak afgesloten met een kroonkurk. Meer hierover lees je in mijn post over pét-nat.
Rosé (uitspraak: ro-ZEE) – Wijn van blauwe druiven waarbij de schillen maar heel kort meeweken, net lang genoeg voor een lichtroze kleur. De kleurintensiteit zegt iets over die weektijd, niet over de zoetheid. Een goede rosé is droog en fris. Lees gerust mijn volledige rosé wijn gids.
Orange wine (ook: oranje wijn) – Witte druiven die als rode wijn worden gemaakt: het sap weekt weken- of maandenlang op de schillen. Daardoor krijgt de wijn een amberkleur en tannines die je normaal alleen in rode wijn vindt. Krachtig, droog en heel gastronomisch.
Sur lie (uitspraak: suur LEE) – Het rijpen van wijn op zijn gistresten (de "lie") na de gisting. Dat geeft een witte wijn extra diepte, een romige textuur en subtiele brioche-tonen, zonder dat er hout aan te pas komt.
Vieilles vignes (uitspraak: vjee-juh VEEN-juh) – Frans voor "oude wijnstokken", doorgaans dertig jaar of ouder. Oude stokken geven minder druiven, maar die druiven zijn geconcentreerder. Wijnen van vieilles vignes hebben vaak meer diepte en een langere afdronk.
Azijnsteek – Een wijnfout die ontstaat wanneer azijnzuurbacteriën in contact komen met zuurstof. De wijn ruikt dan scherp naar nagellakremover of azijn. Een vleugje kan complexiteit geven, maar te veel maakt de fles ondrinkbaar.
De vijf meestgemaakte misverstanden
Sommige wijnwoorden worden zo vaak verkeerd begrepen dat ze je smaakoordeel onbewust in de weg zitten. Dit zijn de vijf hardnekkigste.
1. "Droog" betekent zonder smaak. Onjuist. Droog betekent alleen "zonder suiker". Een droge witte wijn kan overlopen van sappig tropisch fruit en florale aroma's. De afwezigheid van suiker maakt een wijn niet smaakloos.
2. "Kurkdroog" betekent een wijn met kurksmaak. In Vlaanderen de grootste verwarring. Kurkdroog is een gewenste, strakke stijl met heel weinig suiker. Een wijn "met kurk" is een fout (door TCA) die naar nat karton ruikt. Twee totaal verschillende dingen.
3. "Fruitig" betekent zoet. Nee. Fruitigheid ruik je met je neus, zoetheid proef je met je tong. Een droge Sauvignon Blanc kan intens fruitig ruiken en toch kurkdroog smaken.
4. "Tannine" betekent bitterheid. Niet helemaal. Tannine is vooral een gevoel: dat droge, samentrekkende effect op je tandvlees. Bitterheid is een smaak achter op de tong. Verwar de sensatie niet met de smaak.
5. "Terroir" betekent grond. De bodem is maar één stukje. Terroir omvat ook klimaat, ligging, expositie en de keuzes van de wijnmaker. Het is de totale vingerafdruk van een plek, niet alleen het zand of de klei.
Veelgestelde vragen over wijnwoorden
Wat betekent kurkdroog bij wijn?
Kurkdroog betekent dat een wijn nagenoeg geen restsuiker bevat en daardoor extra strak en fris smaakt. Het verwijst naar de stijl van de wijn, niet naar een fout. Een wijn die echt "naar kurk" smaakt, is iets heel anders: dat is een wijnfout veroorzaakt door de stof TCA.
Wat is het verschil tussen droog en kurkdroog?
Een droge wijn mag nog een klein beetje suiker bevatten en smaakt daardoor iets ronder. Een kurkdroge wijn heeft vrijwel geen suiker en smaakt strakker, frisser en scherper. Kurkdroog is dus de meest extreme vorm van droog, zoals een Muscadet of een strakke Chablis.
Wat zijn tannines in wijn?
Tannines zijn natuurlijke stoffen uit druivenschillen, pitten en eikenhout. Ze geven een droog, samentrekkend gevoel op je tandvlees en wangen, vergelijkbaar met te lang getrokken thee. Je proeft ze vooral in jonge, krachtige rode wijnen zoals Cabernet Sauvignon of Nebbiolo.
Wat betekent terroir precies?
Terroir is het samenspel van bodem, klimaat, ligging en de hand van de wijnmaker dat samen de smaak en het karakter van een wijn bepaalt. Het verklaart waarom dezelfde druif op twee verschillende plekken een totaal andere wijn oplevert, en waarom kwaliteitswijn nooit perfect na te maken is op een andere locatie.
Wat is het verschil tussen een cuvée en een blend?
Een blend is simpelweg een mengeling van verschillende druivenrassen of wijnen. Cuvée is breder: het kan een blend zijn, maar duidt vaak op een speciale of betere selectie van de wijnmaker. In de Champagne verwijst cuvée specifiek naar het beste sap van de eerste persing.
Wat is een goede afdronk?
Een goede afdronk is een smaak die lang en aangenaam blijft hangen nadat je de wijn hebt doorgeslikt. Tel de seconden: onder de 5 seconden is kort, tussen de 5 en 15 is mooi, en boven de 15 seconden wijst op een wijn van uitzonderlijke kwaliteit.
Tot slot: wijntaal is een gereedschap, geen drempel
Wijnwoorden zijn er niet om je buiten te sluiten, maar om je te helpen beter te proeven, gerichter te kopen en met meer plezier over wijn te praten. Je hoeft ze niet allemaal uit het hoofd te kennen. Bookmark deze pagina, raadpleeg hem als je een term tegenkomt, en merk hoe het jargon stilaan vertrouwde taal wordt.
En het mooiste: hoe meer je proeft, hoe sneller deze woorden gaan leven. Want uiteindelijk leer je wijn niet uit een woordenboek, maar uit het glas.
Breng deze woorden in de praktijk
De beste manier om al deze termen echt te begrijpen, is door te proeven. Ontdek maandelijks nieuwe wijnen van kleine domeinen met de Discovery Box.
Liever eerst verder lezen? Verdiep je in wijn proeven en je smaak ontwikkelen.
Geschreven door Tom Beirnaert — wijn-expert & oprichter van The Wine Box. Selecteert maandelijks wijnen van kleine domeinen wereldwijd. Gelooft dat goede wijn geen diploma vereist, alleen nieuwsgierigheid.
Wijnwoordenboek: Van Kurkdroog tot Terroir
TL;DR — Wijnkaarten en proefnotities staan vol jargon. Dit wijnwoordenboek vertaalt meer dan 35 wijntermen naar gewone taal — van kurkdroog tot terroir, van tannine tot pét-nat. Geen stoffige encyclopedie, maar een praktische vertaalgids die je naast je glas legt. Bookmark deze pagina en je hebt altijd een vertaler bij de hand.
Je leest "kurkdroog met een minerale afdronk" op een wijnkaart en denkt: waar hebben ze het over? Je bent niet de enige. De wijnwereld heeft een eigen taal die vaak meer als drempel dan als uitnodiging werkt. Jammer, want je hebt geen diploma nodig om van wijn te genieten, alleen wat nieuwsgierigheid en een paar woorden die je de weg wijzen.
Daarom heb ik dit wijnwoordenboek samengesteld: de wijn termen die je het vaakst tegenkomt, uitgelegd in mensentaal met een concreet voorbeeld. Ik groepeerde ze per fase van de wijnbeleving, zodat je snel vindt wat je zoekt. Leg deze pagina gerust naast je volgende fles.
Geschreven door Tom Beirnaert, wijn-expert & oprichter van The Wine Box.
In dit woordenboek
Smaak & textuur
Deze termen beschrijven wat er gebeurt zodra de wijn je mond raakt: het gewicht, de structuur, de smaak die achterblijft. Het zijn de woorden die je nodig hebt om je eigen voorkeur onder woorden te brengen.
Afdronk (ook: finish) – De smaak die achterblijft nadat je de wijn hebt doorgeslikt. Hoe langer de afdronk, hoe complexer en doorgaans hoe beter de wijn. Bij een eenvoudige fles is de smaak na enkele seconden verdwenen; bij een mooie Barolo of Bourgogne blijft hij dertig seconden of langer hangen.
Body (uitspraak: BOD-die) – Het gewicht en de volheid van de wijn op je tong. Vergelijk het met melk: een lichte body voelt als magere melk (denk aan een jonge Pinot Grigio), een medium body als halfvolle melk, en een volle body als volle melk of zelfs room (zoals een houtgerijpte Chardonnay). Body hangt vooral samen met het alcoholpercentage.
Droog / halfdroog / zoet – Deze woorden zeggen iets over de hoeveelheid suiker die in de wijn achterblijft na de gisting. Bij een droge wijn is vrijwel alle druivensuiker omgezet in alcohol. "Droog" betekent dus niet "zonder smaak", maar "zonder zoet". Halfdroog houdt een subtiel zoetje, en zoete wijnen zoals Sauternes zijn rijk en stroperig. Meer hierover lees je in mijn gids over soorten witte wijn van droog tot zoet.
Fruitig – De aanwezigheid van fruittonen in geur en smaak. Let op: fruitig betekent niet zoet. Een kurkdroge Sauvignon Blanc kan intens naar passievrucht ruiken, maar in de mond proef je geen greintje suiker. Je neus registreert het fruit, je tong de droogheid.
Kurkdroog – Een wijn die nagenoeg geen restsuiker bevat, nog droger dan "gewoon" droog. Waar een droge wijn nog een klein beetje suiker mag hebben (en dus iets ronder smaakt), is een kurkdroge wijn beendroog: strak, fris en messcherp gefocust op zuren en mineraliteit. Denk aan een knisperende Muscadet uit de Loire of een strakke Chablis. En nee – kurkdroog heeft niets te maken met een wijn die "naar kurk" smaakt. Dat is een fout, kurkdroog is een stijl. Verderop leg ik dat verschil uit.
Mineraal – Geur- en smaakassociaties die doen denken aan steen, vuursteen of zeezout. Een eerlijk gezegd controversieel begrip: wetenschappers discussiëren nog of mineralen echt uit de bodem in de druif komen. Maar bij een Sancerre op silexbodem proef je wel degelijk een zilte grip, als een net afgestreken lucifer.
Tannine (uitspraak: tah-NIE-ne) – Natuurlijke stoffen uit druivenschillen, pitten en eikenhout die een samentrekkend, stroef gevoel geven op je tandvlees en wangen. Het beste voorbeeld is thee die te lang heeft getrokken. Je vindt veel tannine in jonge, houtgerijpte rode wijnen zoals Cabernet Sauvignon of Nebbiolo.
Zuurgraad / frisheid – De zuren die een wijn levendig en verfrissend maken. Zuur klinkt negatief, maar in wijn is het juist goed: zonder zuurgraad smaakt een wijn log en saai. Het is de zuurgraad die je mond doet watertanden, zeker bij een goede Riesling.
Productie & herkomst
Wat er in de wijngaard en de kelder gebeurt, bepaalt hoe je wijn uiteindelijk smaakt. Dit zijn de termen die je op etiketten en in producentenverhalen tegenkomt.
AOC / AOP / DOC / DOCG (uitspraak: aa-oo-SEE / aa-oo-PEE / dee-oo-SEE / dee-oo-see-JEE) – Europese herkomstbenamingen die garanderen dat een wijn uit een afgebakend gebied komt en aan strikte regels voldoet. AOC en AOP zijn de Franse varianten, DOC en DOCG de Italiaanse. Hoe je zo'n vermelding herkent op het etiket lees je in mijn gids over hoe je een wijnetiket leest.
Assemblage (ook: blend, uitspraak: ah-sahm-BLAA-zje) – Het samenvoegen van verschillende druivenrassen of wijnen tot één harmonieus geheel, het tegenovergestelde van een wijn van één druif. In Bordeaux vullen de structuur van Cabernet Sauvignon en het rijpe fruit van Merlot elkaar perfect aan.
Barrique (uitspraak: bah-RIEK) – Een eikenhouten vat van 225 liter waarin wijn rijpt. Het hout maakt de tannines zachter en geeft de wijn smaken van vanille, karamel en toast. Hoe meer nieuw eikenhout, hoe sterker dat effect.
Biodynamisch – Een vorm van wijnbouw die de wijngaard als één levend organisme behandelt, zonder synthetische bestrijdingsmiddelen en vaak afgestemd op de maankalender. Het verschil met biologisch en natuurwijn leg ik uit in mijn artikel over biologisch, biodynamisch en natuurwijn.
Cuvée (uitspraak: ku-VEE) – Een woord dat verwarring zaait omdat het meerdere dingen betekent. Bij een stille wijn duidt het meestal op een speciale selectie van de wijnmaker. In de Champagne verwijst cuvée naar het beste, zachtst geperste sap van de eerste persing. Geen beschermde term, maar wel vaak een teken van extra zorg.
Grand Cru / Premier Cru (uitspraak: grahn KRUU / pruh-mjee KRUU) – De hoogste kwaliteitsniveaus in de Franse wijngaardclassificatie, waarbij Grand Cru de absolute top is. In de Bourgogne zijn deze titels gekoppeld aan een specifiek wijngaardperceel met een uitzonderlijk microklimaat en bodem.
Maceratie (uitspraak: maa-see-RAA-tsie) – Het laten weken van het druivensap op de schillen, pitten en soms steeltjes. Dit haalt kleur, tannine en aroma uit de schil. Hoe langer de maceratie, hoe meer kleur en structuur de wijn krijgt.
Méthode traditionnelle (ook: champenoise, uitspraak: mee-TOD traa-die-sjon-NEL) – De klassieke methode voor mousserende wijn, waarbij de bubbels ontstaan door een tweede gisting in de fles. Dit is de methode achter Champagne, Cava en Crémant. Meer over de bakermat van deze methode lees je in mijn gids over de Champagnestreek.
Négociant (uitspraak: nee-go-SJANH) – Een wijnhandelaar die druiven of jonge wijn opkoopt bij anderen om die zelf verder te maken en onder eigen naam te verkopen. Het tegenovergestelde van een domaine, dat alleen zijn eigen druiven gebruikt.
Sulfiet – Een stof (zwaveldioxide) die als bewaarmiddel wordt toegevoegd om wijn stabiel en houdbaar te houden. Sulfieten ontstaan deels vanzelf bij de gisting, en vrijwel alle wijnmakers voegen er een kleine hoeveelheid aan toe. Of je je er zorgen over moet maken, behandel ik volledig in mijn post over sulfieten in wijn.
Terroir (uitspraak: tèr-WAAR) – Misschien wel het belangrijkste woord in de wijnwereld, en zeker het meest misbegrepen. Terroir is niet "gewoon de grond". Het is het samenspel van bodem, klimaat, ligging én de hand van de wijnmaker. Het verklaart waarom dezelfde druif, identiek gemaakt, twee kilometer verderop een totaal andere wijn oplevert. Terroir is de vingerafdruk van een plek, en daarom is goede wijn nooit perfect na te maken elders.
Vintage (ook: millésime, uitspraak: VIN-tidge / mie-lee-ZIEM) – Het oogstjaar van de druiven. Het weer van dat jaar bepaalt het karakter: een koel jaar geeft frissere, slankere wijnen, een warm jaar rijkere en alcoholrijkere. Verschillende jaargangen van hetzelfde domein naast elkaar proeven heet een verticale proeverij.
Vinificatie (uitspraak: vie-nie-fie-KAA-tsie) – Het hele proces van druif naar gebottelde wijn: persen, gisten, klaren en eventueel rijpen op hout. Kortom, wijnbereiding in één woord.
Proeven & serveren
Hoe je een wijn serveert en analyseert bepaalt of je het beste uit de fles haalt. Deze woorden hoor je vaak rond de proeftafel.
Aëren (ook: beluchten, uitspraak: aa-RE-ren) – De wijn bewust in contact brengen met zuurstof om de aroma's te wekken en harde tannines te verzachten. Een jonge, gesloten wijn opent zich vaak prachtig na wat lucht. Hoe je proeftechniek aanscherpt lees je in mijn gids over wijn proeven en je smaak ontwikkelen.
Decanteren (uitspraak: dee-kahn-TEE-ren) – Een oude wijn voorzichtig overschenken in een karaf om het bezinksel (depot) achter te laten in de fles. Niet te verwarren met karafferen, dat vooral om beluchten draait. Het volledige stappenplan en het verschil tussen beide vind je in mijn artikel over wijn decanteren.
Legs (ook: traantjes of bogen) – De druppels die langzaam langs de binnenkant van je glas naar beneden glijden na het walsen. Een hardnekkige fabel zegt dat ze de kwaliteit verraden, maar ze vertellen je alleen iets over het alcohol- en suikergehalte. Mooie traantjes betekenen dus niet automatisch een mooie wijn.
Neus / bouquet (uitspraak: boo-KEE) – De verzamelnaam voor alles wat je ruikt. We maken onderscheid tussen de "neus" van een jonge wijn (fris fruit, bloemen) en het complexere "bouquet" van een gerijpte wijn (cederhout, tabak, leer).
Primaire / secundaire / tertiære aroma's – De drie soorten geuren in wijn, naar oorsprong. Primair komt van de druif zelf (vers fruit, bloemen). Secundair ontstaat bij bereiding en houtrijping (vanille, boter, brioche). Tertiær ontwikkelt zich na jaren op fles (paddenstoel, bosgrond, truffel).
Swirl (ook: walsen) – Het ronddraaien van de wijn in je glas. Daardoor komt de wijn meer in contact met lucht en ontsnappen de aroma's, zodat je ze intenser ruikt. Tip: houd de voet van het glas op tafel en maak rustige cirkels – dat morst minder.
Tom's tip: Als ik één wijnwoord mag kiezen dat je vandaag nog onthoudt, dan is het afdronk. De afdronk vertelt je bijna alles over de kwaliteit van een wijn. Hoe langer de smaak blijft hangen na het doorslikken, hoe beter. Tel gerust de seconden: onder de 5 is kort, boven de 15 is al uitzonderlijk.
Wijntypes & stijlen
Van bubbels tot oranje wijn: deze termen helpen je de juiste stijl te kiezen op de kaart of in de winkel.
Blanc de Blancs / Blanc de Noirs (uitspraak: blahn de BLAHN / blahn de NWAAR) – Bij bubbels duidt Blanc de Blancs op witte wijn van uitsluitend witte druiven (vaak 100% Chardonnay): strak en elegant. Blanc de Noirs is witte wijn geperst uit blauwe druiven: voller en krachtiger, maar nog steeds wit van kleur.
Brut / Extra Brut / Brut Nature (uitspraak: BRUUT / EK-straa BRUUT / BRUUT nah-TUUR) – De droogheid van mousserende wijn, aangegeven via het suikergehalte. Brut is droog met een klein beetje suiker, Extra Brut nog droger, en Brut Nature (ook dosage zéro) is compromisloos droog zonder toegevoegde suiker.
Crémant (uitspraak: kree-MAHN) – Een Franse mousserende wijn gemaakt volgens dezelfde methode als Champagne, maar buiten de Champagnestreek. Denk aan Crémant de Bourgogne of de Loire: vaak een uitstekend en betaalbaar alternatief voor Champagne.
Magnum – Een fles van 1,5 liter, gelijk aan twee gewone flessen. Wijn rijpt trager en mooier op magnum, wat dit het favoriete formaat van veel wijnmakers maakt voor bewaarwijnen. Alle flesformaten op een rij vind je in mijn gids over hoeveel glazen er in een fles wijn zitten.
Natuurwijn – Wijn gemaakt met zo min mogelijk ingrepen: biologisch of biodynamisch geteelde druiven, niets toegevoegd, niets weggehaald, en weinig tot geen sulfiet. Het resultaat is levendig, soms troebel en eigenzinnig. Alles erover lees je in mijn gids wat is natuurwijn.
Pétillant naturel (ook: pét-nat, uitspraak: pee-tie-YAHN nah-tu-REL) – Een oeroude bubbelstijl waarbij de wijn al gistend wordt gebotteld, zodat het koolzuur in de fles gevangen blijft. Pét-nats zijn speels, fruitig en vaak afgesloten met een kroonkurk. Meer hierover lees je in mijn post over pét-nat.
Rosé (uitspraak: ro-ZEE) – Wijn van blauwe druiven waarbij de schillen maar heel kort meeweken, net lang genoeg voor een lichtroze kleur. De kleurintensiteit zegt iets over die weektijd, niet over de zoetheid. Een goede rosé is droog en fris. Lees gerust mijn volledige rosé wijn gids.
Orange wine (ook: oranje wijn) – Witte druiven die als rode wijn worden gemaakt: het sap weekt weken- of maandenlang op de schillen. Daardoor krijgt de wijn een amberkleur en tannines die je normaal alleen in rode wijn vindt. Krachtig, droog en heel gastronomisch.
Sur lie (uitspraak: suur LEE) – Het rijpen van wijn op zijn gistresten (de "lie") na de gisting. Dat geeft een witte wijn extra diepte, een romige textuur en subtiele brioche-tonen, zonder dat er hout aan te pas komt.
Vieilles vignes (uitspraak: vjee-juh VEEN-juh) – Frans voor "oude wijnstokken", doorgaans dertig jaar of ouder. Oude stokken geven minder druiven, maar die druiven zijn geconcentreerder. Wijnen van vieilles vignes hebben vaak meer diepte en een langere afdronk.
Azijnsteek – Een wijnfout die ontstaat wanneer azijnzuurbacteriën in contact komen met zuurstof. De wijn ruikt dan scherp naar nagellakremover of azijn. Een vleugje kan complexiteit geven, maar te veel maakt de fles ondrinkbaar.
De vijf meestgemaakte misverstanden
Sommige wijnwoorden worden zo vaak verkeerd begrepen dat ze je smaakoordeel onbewust in de weg zitten. Dit zijn de vijf hardnekkigste.
1. "Droog" betekent zonder smaak. Onjuist. Droog betekent alleen "zonder suiker". Een droge witte wijn kan overlopen van sappig tropisch fruit en florale aroma's. De afwezigheid van suiker maakt een wijn niet smaakloos.
2. "Kurkdroog" betekent een wijn met kurksmaak. In Vlaanderen de grootste verwarring. Kurkdroog is een gewenste, strakke stijl met heel weinig suiker. Een wijn "met kurk" is een fout (door TCA) die naar nat karton ruikt. Twee totaal verschillende dingen.
3. "Fruitig" betekent zoet. Nee. Fruitigheid ruik je met je neus, zoetheid proef je met je tong. Een droge Sauvignon Blanc kan intens fruitig ruiken en toch kurkdroog smaken.
4. "Tannine" betekent bitterheid. Niet helemaal. Tannine is vooral een gevoel: dat droge, samentrekkende effect op je tandvlees. Bitterheid is een smaak achter op de tong. Verwar de sensatie niet met de smaak.
5. "Terroir" betekent grond. De bodem is maar één stukje. Terroir omvat ook klimaat, ligging, expositie en de keuzes van de wijnmaker. Het is de totale vingerafdruk van een plek, niet alleen het zand of de klei.
Veelgestelde vragen over wijnwoorden
Wat betekent kurkdroog bij wijn?
Kurkdroog betekent dat een wijn nagenoeg geen restsuiker bevat en daardoor extra strak en fris smaakt. Het verwijst naar de stijl van de wijn, niet naar een fout. Een wijn die echt "naar kurk" smaakt, is iets heel anders: dat is een wijnfout veroorzaakt door de stof TCA.
Wat is het verschil tussen droog en kurkdroog?
Een droge wijn mag nog een klein beetje suiker bevatten en smaakt daardoor iets ronder. Een kurkdroge wijn heeft vrijwel geen suiker en smaakt strakker, frisser en scherper. Kurkdroog is dus de meest extreme vorm van droog, zoals een Muscadet of een strakke Chablis.
Wat zijn tannines in wijn?
Tannines zijn natuurlijke stoffen uit druivenschillen, pitten en eikenhout. Ze geven een droog, samentrekkend gevoel op je tandvlees en wangen, vergelijkbaar met te lang getrokken thee. Je proeft ze vooral in jonge, krachtige rode wijnen zoals Cabernet Sauvignon of Nebbiolo.
Wat betekent terroir precies?
Terroir is het samenspel van bodem, klimaat, ligging en de hand van de wijnmaker dat samen de smaak en het karakter van een wijn bepaalt. Het verklaart waarom dezelfde druif op twee verschillende plekken een totaal andere wijn oplevert, en waarom kwaliteitswijn nooit perfect na te maken is op een andere locatie.
Wat is het verschil tussen een cuvée en een blend?
Een blend is simpelweg een mengeling van verschillende druivenrassen of wijnen. Cuvée is breder: het kan een blend zijn, maar duidt vaak op een speciale of betere selectie van de wijnmaker. In de Champagne verwijst cuvée specifiek naar het beste sap van de eerste persing.
Wat is een goede afdronk?
Een goede afdronk is een smaak die lang en aangenaam blijft hangen nadat je de wijn hebt doorgeslikt. Tel de seconden: onder de 5 seconden is kort, tussen de 5 en 15 is mooi, en boven de 15 seconden wijst op een wijn van uitzonderlijke kwaliteit.
Tot slot: wijntaal is een gereedschap, geen drempel
Wijnwoorden zijn er niet om je buiten te sluiten, maar om je te helpen beter te proeven, gerichter te kopen en met meer plezier over wijn te praten. Je hoeft ze niet allemaal uit het hoofd te kennen. Bookmark deze pagina, raadpleeg hem als je een term tegenkomt, en merk hoe het jargon stilaan vertrouwde taal wordt.
En het mooiste: hoe meer je proeft, hoe sneller deze woorden gaan leven. Want uiteindelijk leer je wijn niet uit een woordenboek, maar uit het glas.
Breng deze woorden in de praktijk
De beste manier om al deze termen echt te begrijpen, is door te proeven. Ontdek maandelijks nieuwe wijnen van kleine domeinen met de Discovery Box.
Liever eerst verder lezen? Verdiep je in wijn proeven en je smaak ontwikkelen.
Geschreven door Tom Beirnaert — wijn-expert & oprichter van The Wine Box. Selecteert maandelijks wijnen van kleine domeinen wereldwijd. Gelooft dat goede wijn geen diploma vereist, alleen nieuwsgierigheid.